“De relatie van een gelovige met een andere is zoals die tussen verschillende delen van een gebouw, een gedeelte versterkt een ander.”
> WERVING VAN GEBOUWEN | RAMADAN | OFFERFEEST | DE HADJ | UITVAARTVERZORGING | ISLAM KALENDER | ZOMER CURSUSSEN | CONFERENTIES | OPLEIDING MOSKEEBESTUURDERS








Het offerfeest en ritueel slachten


Op de tiende dag van de maand Dzul-hidja, de bedevaartmaand, ongeveer zeventig dagen na de Ied ul-Fitr, viert men Ied oel Adhâ, het offerfeest, ook wel het grote feest genoemd. Het feitelijke offer kan ook de twee volgende dagen nog plaatsvinden. In Nederland offert slechts een klein deel van de moslimgemeenschap werkelijk een dier. Volgens de overlevering heeft de profeet gezegd: “Allah heeft u geboden alles zo goed mogelijk te doen en wanneer u een dier slacht, doet u dat dan ook op de beste manier. Maak het mes zo scherp mogelijk, opdat het dier niet lijdt.” Het dier wordt tijdens het slachten op zijn rechterzij gelegd met zijn gezicht naar Mekka.

Er wordt vanuit gegaan dat door het snelle bloedverlies in de hersenen een acute ‘anemie’ heerst, zodat het dier zijn bewustzijn verliest en hopelijk niets voelt. Degene die slacht moet weten wat hij doet, hij moet moslim zijn en volwassen en tijdens het slachten moet hij de ‘tasmiya’ doen. Dit houdt in dat de woorden Bismillahi Allahu Akbar, ‘In naam van Allah, Allah is de grootste’, worden uitgesproken. Men gaat er binnen de Islam van uit dat door deze manier van slachten het bloed vrijwel volledig wegstroomt en daarom het vlees langer vers blijft. Ook wordt het beschouwd als een hygiënische maatregel omdat in het bloed vaak ziekteverwekkers zitten. De Islam kent duidelijke en uitgebreide voorschriften voor diervriendelijke behandeling. Van dieren die tijdens hun groei of tijdens transport slecht werden behandeld, is het vlees niet toegestaan voor consumptie. Het toebrengen van fysiek of emotioneel lijden is verboden. De Islam legt grote nadruk op lichamelijk, emotioneel, psychisch en sociaal dierenwelzijn, en de talrijke bepalingen die daaruit voortvloeien. Daarnaast stelt de Islam nog eisen aan de manier waarop dieren net vóór, tijdens en na het slachten moeten worden behandeld. Van dieren die niet volgens strikte bepalingen, die een minimum lijden van het ritueel te slachten dier beogen, worden geslacht zijn het vlees en alle afgeleide producten voor moslims verboden voor consumptie.

Ritueel slachten en dierenbehandeling
Het islamitisch voorschrift om alvorens het dier te doden eerst de naam van Allah uit te spreken, confronteert de mens met de heiligheid van het leven en herinnert de mens eraan dat men zonder goede reden het dier niet mag doden en dat men anders ter verantwoording wordt geroepen. Hierna wordt een snelle, diepe incisie in de keel gemaakt met een scherp mes, waarbij zowel de halsslagaders (carotiden) aan beide zijden als de luchtpijp (trachea) en de slokdarm (oesophagus) worden doorgesneden, door iemand die weet wat hij doet. Uit wetenschappelijk onderzoek - door Professor Schulz en zijn collega Dr. Hazim van de Universiteit van Hannover, Duitsland, zou blijken dat deze methode, wanneer deskundig toegepast, beter is dan de CBP (captive bold pistol stunning) methode. Aan de hand van vergelijkend onderzoek met EEC en ECG werd aangetoond dat: met de islamitische methode het dier geen pijn lijdt, terwijl met de CBP methode het dier hevige pijn lijdt. Ook wordt met de islamitische methode een maximale hoeveelheid bloed uit het lichaam verwijderd, wat niet het geval is met andere methoden. Bloed mag volgens de Islam niet geconsumeerd worden (bloed kan drager van allerhande ziektekiemen zijn). De profeet Mohammed (vzmh) heeft verklaard dat dieren enkel mogen worden gedood als er een te rechtvaardigen reden voor is, zoals het lenigen van honger; en als je dan moet doden, dient dat te gebeuren zonder het dier te kwellen. En niet voor plezier, als schietschijf in de jachtsport, voor hun pels of slagtanden, enz. Dit gaat zo ver dat de profeet tot in detail heeft aangegeven dat men dieren niet mocht laten wachten op hun dood: dieren niet vastgebonden mogen worden om ze te doden. dieren niet mogen zien dat voorbereidingen getroffen worden om ze te doden.
Toen iemand in het bijzijn van een dier zijn mes aan het slijpen was, zei de profeet Mohammed (vzmh): “Ben jij van plan het dier twee keer te doden? Eén keer door je mes te scherpen terwijl het dier het ziet, en een keer terwijl je zijn keel door snijdt?” Daarom mogen dieren niet gedood worden in het bijzijn van andere dieren om hun gevoelens niet te kwetsen.
Alternatief voor iemand die geen offer kan brengen
Een moslim die vanwege slechte materiële omstandigheden geen offer kan brengen, kan op de eerste feestdag na het middaggebed, met de volgende intentie een extra gebed van zes rak’ât verrichten: “O Heer, uw onmachtige dienaar was niet in staat een offer te brengen. In plaats daarvan plaats ik hierbij mijn eigen lichaam als offer in Uw tegenwoordigheid. Aanvaard van mij dit offer.”

Ied ul-Adha - het offerfeest
Het verhaal van het Offer gaat over het moment waarop Ibrahiem, vrede zij met hem, in een droom de opdracht zijn eerstgeboren zoon te offeren. Iemand die op hoge leeftijd nog een zoon krijgt is daar meer dan bijzonder aan gehecht. Het was niet zo maar een zoon, maar een die door Allah was aangekondigd: En wij gaven hem de blijde tijding van een verdraagzame zoon (37:100). Ismail nam in het hart van Abraham zoveel plaats in dat het onmogelijk voor hem was de droom meteen op de juiste manier te interpreteren. Was deze droom sjaitâni (van satan) of Rahmânî (van de Barmhartige)? Nadat hij deze droom drie achtereenvolgende nachten heeft gezien, bespreekt hij dit met zijn zoon. Ook dit detail houdt een enorme les in voor moslimouders die denken dat opvoeding éénrichtingsverkeer is en kinderen alleen maar hoeven te gehoorzamen zonder te begrijpen wat zij eigenlijk doen. En toen hij
-dit verdraagzame kind - opgroeide en de leeftijd des onderscheids bereikte, zei hij: “O, mijn lieve zoon, ik heb in een droom gezien dat ik je moet offeren. Wat denk je daarvan?” Hij antwoordde: “O, mijn vader, doe zoals u geboden is en u zult mij, indien Allah wil, geduldig vinden.” (37:101-110). Ibrahiem geeft gehoor aan dit gebod en hij brengt zijn zoon naar de plaats waar nu nog door alle pelgrims wordt geofferd, op Mina. De zoon bereid zijn hoofd te geven in gehoorzaamheid aan zijn vader; de vader in overgave bereid zijn geliefde zoon te offeren voor Allah: een schouwspel dat een eeuwige les zou inhouden voor de mensheid. De les dat er onder de mensen profeten hebben geleefd die in hun harten alleen plaats gaven aan liefde voor Allah en verder alle liefde en gebondenheid aan het aardse eruit hadden verwijderd.

Volgens de Koran hebben de engelen er eens aan getwijfeld of het goed zou zijn de mens te scheppen. Nu roept de Schepper hen tot getuigen tijdens dit schouwspel: een mens, een profeet offert zijn eigen zoon om Allahs welbehagen te winnen. Op het moment dat Ibrahiem (a.s.) zijn zoon op een grote steen voorover had gelegd om hem te offeren, spreekt Allah tot hem en zegt: “O, Ibrahiem, je hebt je in je droom ontvangen gebod waargemaakt, zo belonen Wij de rechtvaardigen.” (37:105). En er komt een ram uit de hemel, om in plaats van Ibrahiem’s zoon geofferd te worden. Allah besluit in de Koran met: Dat was een duidelijke beproeving die de oprechten van de huichelaars kan doen onderscheiden. En Wij (Allah!) hebben zijn goede naam voor de na hem komende volken achtergelaten; vrede zij Ibrahiem! (37:99-109). Zo eindigt in de Koran het adembenemende verhaal van het mensenoffer dat nooit gebracht werd, het offer van de aartsvader der mensheid, Ibrahim die bereid was zijn zoon voor Allah te offeren. En de volgelingen van de drie geopenbaarde religies, joden, christenen en moslims, herdenken hem in hun geschriften op de meest indrukwekkende manier en de moslims brengen daarnaast ook zijn sunna, zijn levende voorbeeld, in de praktijk, door te offeren. Het woord Ied betekent letterlijk terugkerend moment van vreugde en het woord Adha is afgeleid van Doeha, wat betekent: hij offerde een offerdier in de loop van de morgen. Men noemt het offerdier qurbân, een woord dat is afgeleid van het stamwoord Qaraba, wat betekent: Hij kwam dichterbij. Men offert dus een dier met de bedoeling dichter tot Allah te komen en Zijn welbehagen te winnen. Het Offerfeest valt op de tiende dag van de maand van de hadj - de Dzul-Hidjah. In Nederland en over de hele wereld leeft men in die dagen mee met de bedevaartgangers die op die dag net hun belangrijkste samenkomst in de vlakte van Arafât achter de rug hebben.

Yusuf Ali schrijft in zijn commentaar op het Koranvers waarin staat dat het vlees noch het bloed Allah zal bereiken, maar wel jullie godbewustzijn: “Niemand mag veronderstellen dat vlees of bloed aanvaardbaar is voor de Ene Ware God. Het was een heidens waanidee dat Allah tevreden gestemd zou kunnen worden door een bloedoffer. Maar Allah aanvaardt wel het offer van ons hart, en als symbool van zo‘n offer, was een zichtbare instelling nodig. Hij heeft ons macht gegeven over de schepping, en ons toegelaten vlees te eten, maar alleen als we eerst Zijn Naam uitspreken bij de daad van het nemen van een leven, omdat zonder deze plechtige invocatie we de heiligheid van het leven zouden vergeten. Door deze invocatie worden we eraan herinnerd dat er geen wreedheid in onze gedachten mag zijn, maar alleen de nood aan voedsel.” In Nederland sturen veel moslims geld naar het land van herkomst, waar dan geslacht wordt zodat veel armen daarvan kunnen mee profiteren. Het offer heeft in de Islam een diepere betekenis. Het betekent het offeren van de offeraar zélf en wordt dus een uiterlijk symbool van zijn bereidwilligheid, om zich in te zetten voor het goede. Het dier dat geofferd wordt, staat in feite voor het dierlijke in de mens, ofwel zijn lagere begeerten. Het ritueel offeren van een dier, is voor een belangrijk deel een liefdadigheidsinstelling die aan moslims die zich een offerdier kunnen veroorloven, voorschrijft dit geheel of gedeeltelijk te delen met anderen – opdat ook de armen van dit feest kunnen genieten. Het vlees wordt verdeeld onder de armen, familieleden, reizigers en gasten. De opbrengst van de huid, of de huid zelf, wordt aan godsdienstige liefdadigheidsinstellingen in de moslimlanden of bijvoorbeeld aan vluchtelingenorganisaties geschonken. In het verlengde hiervan bestaan enkele initiatieven van moslimorganisaties in Nederland om offervlees te verwerken in voedselproducten en die te schenken aan voedselbanken. .

De inhoud van onze feestdagen
Het feest van het voltooien van de Ramadan houdt in dat de moslims die de vastenmaand vastend mochten doorbrengen en daarvan de genade, het mededogen en de zegeningen hebben ondervonden, de feestdag als een dag van verlossing en bevrijding ervaren. Het Offerfeest houdt in, vanwege het gedenken van de offerbereidheid van Ibrahîm, vrede zij met hem, dat ieder mens zich bewust wordt van het feit dat hij of zij ook in staat is een offer voor een ander te brengen om daarmee de liefde en het welbehagen van Allah te mogen ervaren. Meer dan enig ander groot moment in de geschiedenis van de Islam draagt dit een symbolische betekenis in zich, want Allah heeft hiermee het letterlijke mensenoffer volledig verworpen en veroordeeld en er een alternatief voor geboden. Door het bieden van een plaatsvervangend offer zet de Schepper ons aan tot het steeds weer overdenken en geven van de betekenis aan dit offer. Meer dan enige andere betekenis draagt het zelfoverwinning en verlangen naar Allah’s nabijheid in zich. De verbondenheid met de bedevaartgangers op deze dagen voegt nog een aparte vreugde aan het feestgevoel toe. Op de islamitische feestdagen vieren we het gevoel van een Barmhartige en Genadevolle Schepper Die in staat is ons te vergeven en ons de liefde voor dienstbaarheid schenkt, waardoor we in staat zijn onszelf voor anderen weg te cijferen en voor doelen te werken die hoger zijn dan wij zelf. Het geeft de gelovigen in het bijzonder op die dagen een gevoel van veiligheid en bescherming dat een dergelijke Schepper Zich over hen ontfermt en in staat is hen te beschermen tegen het kwaad van deze en de komende wereld. Want het zijn pas echt feestdagen wanneer wij met open vizier voor onze Schepper kunnen verschijnen en dat we het moment van ontmoeting met Hem niet vrezen maar er juist op hopen.