Otterstraat  in het jaar 1976
OTTERSTRAAT 1972
> OPRICHTING | > DOELSTELLING | > VERNIEUWING | > DE TOEKOMST | > BESTUUR

 



De Oprichting

Rond 1970 richtte de Stichting Buitenlandse Werknemers Midden
Nederland een tijdelijke gebedsruimte in: de eerste moskee in Utrecht.
Toen het pand in 1972 werd gesloopt, verzuimde de Stichting echter te
zorgen voor een vervangende ruimte. In dezelfde periode ontstonden
de eerste islamitische organisaties.


April 1971 kwamen zes Turkse en een Nederlandse moslim bij elkaar. Zij besloten op de bovenverdieping van het verlaten gebouw van de Zwolsche Algemeene in Utrecht, koranlessen voor kinderen te gaan verzorgen. Het ging om bovengenoemd gebouw, dat via de Stichting Buitenlandse Werknemers Midden Nederland aan de Islamitische gemeenschap was aangeboden als gezelligheids -ruimte. Het stond op de plaats van het nog niet gebouwde Hoog Catharijne.
De Turkse gemeenschap besloot de zolder als gebedsruimte in gebruik te nemen. Na een tijd wordt ddat gebouw gesloopt en ze richten een stichting of vereniging op en kopen een eigen pand om deze activiteiten voort te kunnen zetten, was het idee. Uiteindelijk stapten ze naar een notaris en lieten de statuten passeren. Om een pand te kunnen kopen moesten ze over financiën beschikken. Ze hielden inzamelingen in Nederland en Duitsland. Er bestonden nog geen moskeeën, ze gingen naar pensions. In Nederland hadden die vaak nog menselijke maten. Weliswaar vreemdsoortige plaatsen met stapelbedden en drie dressoirs boven op elkaar, waarin de versleten aktetassen stonden die als enige taak hadden de bijzonder uitgebreide Turkse lunchpakketten naar het werk te dragen, maar toch. In Duitsland woonden de gastarbeiders in ‘heims’. Dat waren panden met bijna niet te belopen gangenstelsels. Je stapte dan een van de honderden kamertjes in zo’n reusachtig pand binnen en kwam met je vraag om een bijdrage voor het goede doel: een moskee in Nederland; koranlessen aan kinderen, etc.
Een groot uitgevallen eengezinswoning werd het onderkomen voor de eerste gebedsruimte en koranschool voor Turkse moslims in Utrecht.

Er kwam een mihrâb of gebedsnis, een kursi of spreekgestoelte en een mimbar of katheder voor de vrijdagspreek. Van eengezinswoning naar woning van de ene God, ‘waar men spoedig met toestemming van B en W koranlessen organiseerde. Hoewel voorzien van een gebedsruimte werd het pand te klein geacht om als moskee dienst te doen’, staat in Nederland en zijn islam. In werkelijkheid diende deze kleine gebedsruimte voor ongeveer vijf jaar als moskee voor alle Turken. De vier - deling onder de Turkse gemeenschap was nog niet gemaakt. Alle gezindten binnen de Turkse gemeenschap zaten bij elkaar en de imam was een Nederlander.

De eerstvolgende Ramadan werd een bekende hodja en spreker uit Turkije overgevlogen waardoor de toeloop nog wat toenam, maar het werd ook duidelijk dat de woonstraat te zwaar werd belast met dit moskeegebeuren. We kwamen in contact met het buurtcomité Pijlsweerd. Voorgezeten door een pittige tante, werd de buurtproblematiek met het bestuur van Stichting Islamitisch Centrum, zoals we toen nog heten, doorgenomen. Een tweede
betekenisvol contact werd gelegd met de Marokkaanse bestuurders van Stichting de Moskee. In hun zoektocht naar gebedsruimte werden zij begeleid door twee plaatselijke maatschappelijk werkers waardoor een driehoeks - gesprek ontstond waaruit veel gemeenschappelijke activiteiten zijn voort - gekomen. Er werd gedroomd over één grote moskee voor alle moslims in Utrecht en “in mei van dat jaar traden islamitische woordvoeders van de SIC en de Stichting Moskee voor het eerst gemeenschappelijk in het openbaar, met een manifest getiteld De islam in Utrecht. Dit manifest was in feite één lang pleidooi voor een gebedsruimte.

De Turkse Stichting Islamitisch Centrum, die in de Otterstraat al jaren op eigen kracht een gebed en lesruimte runde en gastheer was geweest voor vrijwel alle vergaderingen en voor veel ideeën had gezorgd die de totstandkoming van een Marokkaanse gebedsruimte hadden bevorderd, ontving nimmer een felicitatie. De eerste klachten over geluidsoverlast, parkeerproblemen en illegaal bouwen werden door het Actiecomité Pijlsweerd voor het eerst in 1977 ingediend. Het zou nog tot 1984 duren voordat de Stichting Islamitisch Centrum zelf een onderkomen vond, dat een beetje recht deed aan hun activiteiten. Toen werd namelijk het voormalig schoolpand aan de van Lieflandlaan in Tuindorp betrokken.

Uitbreiding
Tijdens al deze vormen van overleg met een dialogisch karakter, had de SICN ondertussen zoveel ervaring opgedaan dat ook in andere steden van Nederland met succes werd onder handeld over onderkomen voor moslims die het gedachtegoed van de SICN onderschreven. Onderzoekers noemen de Stichting Islamitisch Centrum Nederland als eerste koepelorganisatie van Turkse moslims. ‘De oudste landelijke koepel van Turkse moslimorganisaties in Nederland is de Stichting Islamitisch Centrum Nederland (SICN) in Utrecht. De oprichting vond omstreeks 1972 plaats. De doelstelling van de SICN is: de bevordering van contacten van de in Nederland verblijvende moslims in het algemeen en het ten behoeve van deze moslims geven van islamitisch onderwijs in het bijzonder. De SICN maakt geen gebruik van de mogelijkheid om imams te werven via de Turkse overheid. Men leidt zelf imams op, die beantwoorden aan de eigen religieuze opvattingen. Deze imams zijn niet altijd gesalarieerd en verrichten hun taken van imam ook als nevenfunctie, naast ander betaald werk.’